Voor we toekomen aan het opbergen van het radioactief afval moet dit eerst verzameld en getransporteerd worden naar een bedrijf dat gespecialiseerd is in het verwerken van radioactief afval zoals bijvoorbeeld Belgoprocess in Dessel. Bij Belgoprocess wordt het afval verwerkt zodat het veilig kan opgeslagen worden voor een langere tijd. Wanneer het brandstofstaven uit kernreactoren zijn is het evenwel ook mogelijk dat deze naar een opwerkingsfabriek gestuurd worden. Om ze zo om te zetten naar nieuwe brandstofstaven. Dit zijn de zogenaamde “nucleaire opwerkingsbedrijven”. Om zo volledig mogelijk te zijn wil ik hier ook een experimentele vorm van verwerking beschrijven. Transmutatie. Bij transmutatie worden de hoogradioactieve elementen uit het afval in een reactorkern gebracht. Ze wordt daar geforceerd gesplitst tot korter levende elementen die dus veel minder lang straling geven. Dit gebeurt door ze te bombarderen met neutronen uit een deeltjesversneller. Transmutatie kan dus de hoeveelheid en de stralingssterkte van hoogradioactief afval sterk verminderen. Zo kan de bergingstijd die nodig is om dit afval veilig op te slaan verminderd worden van enkele honderdduizenden jaren tot minder dan 1000 jaar. De deeltjesversneller houdt de kettingreactie van kernsplijting gaande. Er wordt voor de kern bevat te weinig splijtbaar materiaal gebruikt om de kettingreactie spontaan te laten lopen dus dit is een uiterst veilige techniek. In de toekomst zou deze techniek dan ook door verwerkingsbedrijven toegepast kunnen worden.
Het transport
Het afval bevindt zich bij het transport altijd in een speciale container die moet voldoen aan de strenge regelgeving. Dat wil ook zeggen dat reeds op de plaats waar het radioactief afval geproduceerd wordt voorzien moet worden om het te kunnen opslaan in de correcte containers. Het vat/de container moet er in alle gevallen voor zorgen dat de maximale werkelijke dosis bij een ongeval nooit hoger kan zijn dan 50 millisieverts over 30 minuten op 1 meter afstand van het vat/de container. Naargelang het afval actiever is, worden de vereisten voor het vat/de container strenger. Het vat/de container met het hoogradioactief afval moet bijvoorbeeld bestand zijn tegen een val van een hoogte van 9 meter of een val van 3 meter op een puntig/scherp voorwerp, ook moeten ze een vuurtest van 800 °C gedurende 30 minuten kunnen overleven. Daarnaast moeten de vaten een onderdompeling in water op een diepte van 15 meter (200 m voor de bestraalde splijtstoffen) met succes doorstaan.
Transport gebeurt meestal over de weg. Omdat dit niet altijd efficiënt is en verwerking van het geproduceerde radioactief afval niet altijd in eigen land kan plaatsvinden wordt

Post Author: admin